Wat kost een warmtepomp? De bedragen op een rij
Een warmtepomp is geen apparaat dat je koopt en ophangt, en daarom zegt een losse toestelprijs weinig. Wat je betaalt is een complete installatie: de warmtepomp, de waterzijdige en de hydraulische en elektrische componenten die bij dat vermogen horen, de montage en inbedrijfstelling, het leidingwerk van de buitenunit naar de technische ruimte, en in de meeste gevallen een buffervat. In de rekentool hierboven staat het toestel als hoofdregel en klap je de rest uit; zo zie je waar je geld heen gaat in plaats van één bedrag zonder onderbouwing.
Drie voorbeelden uit de tool, allemaal inclusief btw en inclusief montage:
- Een goed geïsoleerde woning van 90 m² met label B en 1.100 m³ gas komt uit op 9 kW en € 14.044. Na een ISDE van € 3.250 betaal je € 10.794.
- Een rijwoning van 120 m² met label C en 1.500 m³ gas komt uit op 12 kW en € 16.337. Na € 3.925 subsidie is dat € 12.412.
- Een ruimere woning van 160 m² met label D en 2.200 m³ gas komt uit op 16 kW en € 18.388. Na € 4.825 subsidie blijft er € 13.563 over.
Een buffervat en een warmtepompboiler voor je douchewater zijn keuzes die je in de tool aan en uit zet, zodat je ziet wat ze doen met het totaal.
Hoeveel kW warmtepomp heb je nodig?
Hier gaat het vaakst mis, en meestal in dezelfde richting: te groot. Het probleem met de bekende vuistregels is dat ze alle drie iets anders meten en geen van drieën het hele verhaal vertellen. Daarom rekent deze tool ze alle drie tegelijk uit en neemt het gemiddelde.
1. Op oppervlakte
Ongeveer 1 kW per 12 tot 14 m² verwarmd oppervlak. Hoe beter geïsoleerd, hoe meer vierkante meters je met een kilowatt verwarmt: bij label A reken je 14 m² per kW, bij label F of G nog maar 11. Snel en grof, maar hij houdt geen rekening met hoe jij stookt.
2. Op je gasverbruik
De eerlijkste van de drie, want dit is géén vuistregel maar jouw eigen verbruik. Haal eerst het gas voor warm water eraf — reken ongeveer 100 m³ per bewoner per jaar — en vermenigvuldig wat overblijft met 10. Deel dat door 1.600 stookuren en je hebt het benodigde vermogen. Bij 1.500 m³ en vier bewoners: (1.500 − 400) × 10 ÷ 1.600 = 6,9 kW.
3. Op je energielabel
Per 100 m² ongeveer 5 kW bij label A, 7 kW bij B, 9 kW bij C en D, 11 kW bij E en 13 tot 15 kW bij F en G. Schaal dat naar je eigen oppervlak. Ga je nog isoleren, vul dan het label in dat je stráks hebt — anders koop je een pomp voor een woning die niet meer bestaat.
De drie uitkomsten liggen zelden ver uit elkaar. Doen ze dat wel, dan weet je meteen dat er iets bijzonders aan de hand is met je woning en dat een echte warmteverliesberekening op zijn plaats is.
Waarom er nog één maat overheen gaat
Het vermogen op het typeplaatje geldt bij 7 graden buiten. Wordt het kouder, dan levert een lucht-waterwarmtepomp minder — precies op het moment dat je woning het meest vraagt. Een pomp die op papier past, valt in januari terug op zijn elektrische bijverwarming, en dat is het duurste stroomverbruik dat er is.
Daarom adviseert de tool consequent één maat boven het gemiddelde. Komt de berekening uit op 9,0 kW, dan is het advies 12 kW. Je mag in de tool zelf een andere maat aanklikken; het advies verdwijnt niet, maar je ziet direct wat de keuze met de prijs doet.
Vloerverwarming of radiatoren
Dit is de vraag die bepaalt welk soort warmtepomp bij je past, en hij wordt te vaak overgeslagen. Een warmtepomp levert het liefst water van 35 tot 45 graden. Vloerverwarming is daarvoor gemaakt; radiatoren zijn gemaakt voor 70 tot 80 graden. Moet de pomp op hoge temperatuur draaien, dan zakt het rendement zo ver in dat je de besparing weer inlevert op je stroomrekening.
Heb je vloerverwarming door het hele huis, dan is volledig elektrisch een prima keuze. Heb je beneden vloerverwarming en boven radiatoren, of alleen radiatoren, kijk dan naar een hybride: de warmtepomp doet het grootste deel van het jaar, je bestaande ketel vangt de koudste weken en het douchewater op. Kies je in de tool 'alleen radiatoren', dan schakelt hij daarom vanzelf naar hybride toestellen — met een lagere prijs én een lagere subsidie.
ISDE-subsidie in 2026
De ISDE is voor warmtepompen in 2026 opgebouwd uit drie delen: een startbedrag van € 1.025, € 225 per kW vanaf de eerste kilowatt, en € 200 bonus als het toestel energielabel A+++ heeft. Een hybride van 4 kW komt daarmee op € 2.125 en een volledig elektrische van 8 kW op € 3.025.
Eén valkuil, en die kost mensen honderden euro's aan verwachting: het kW-getal dat RVO gebruikt is niet het getal in de productnaam. RVO rekent met het geteste vermogen uit de Meldcodelijst warmtepompen. Een toestel dat als 12 kW verkocht wordt kan daar op 10 kW staan, en dan is de subsidie geen € 4.925 maar € 3.475. Kijk dus altijd de meldcode van jouw toestel na voor je met een bedrag rekent.
Verder: je vraagt de subsidie zelf aan, binnen 24 maanden na plaatsing, en je moet eigenaar-bewoner zijn van de woning. Vanaf 2026 krijgt een tweede of volgende lucht-waterwarmtepomp geen startbedrag en geen labelbonus meer, alleen nog de € 225 per kW.
Wat verandert er in je energierekening?
De tool rekent het mee zodra je je gasverbruik invult. Stook je 1.100 m³ gas voor verwarming, dan is dat rond de € 1.600 per jaar. Diezelfde warmte kost met een warmtepomp bij een jaarrendement (SCOP) van 4,0 ongeveer € 800 aan stroom. Je houdt dan zo'n € 800 per jaar over, en dat bedrag beweegt mee met de verhouding tussen gas- en stroomprijs.
Reken je jezelf niet rijk: de SCOP die je in de praktijk haalt hangt af van je afgiftesysteem en je isolatie. Een goed ingeregelde pomp op vloerverwarming haalt hem makkelijk, dezelfde pomp op te kleine radiatoren niet.
Waarom een echte offerte anders uitvalt
Deze rekentool gebruikt voorbeeldtoestellen. Een installateur die de configurator op zijn eigen site zet, laat zijn eigen merken, prijzen en subsidiebedragen zien — en die kunnen hoger of lager liggen. Daarnaast zijn er dingen die je pas bij een schouw ziet: waar de buitenunit kan staan, of de meterkast een vrije groep heeft, of je radiatoren groot genoeg zijn voor lage temperatuur, en hoe het leidingwerk kan lopen. Een goede offerte noemt die punten en verrekent ze achteraf naar boven én naar beneden.
Laatst bijgewerkt op 9 augustus 2026. De bedragen op deze pagina komen uit de voorbeeldstand van de rekentool; de ISDE-bedragen zijn het prijspeil van 2026.